Wie zijn wij
Agenda
Bezinning en ontmoeting
Kerk in de samenleving
Jongeren
kerkelijk bureau
Kerkdiensten
Kerkblad bijEen
Nadenken over je eigen leven, kan je helpen om weer op weg te gaan. Stilstaan bij de dingen die er om je heen gebeuren, kan je een nieuwe kijk geven over hoe je beter met anderen en met nieuwe situaties om kunt gaan. In de kerk wordt bezinning dan ook gezien als iets dat je verder helpt in geloven en leven.

Twee themabijeenkomsten: "Wat deed jij met Pasen?"



Hoe de vraag “Wat deed jij met Pasen” het begin kan zijn van een bijzonder gesprek.
Als vervolg op het bij-de-koffie-gesprek op 8 oktober j.l. komen er twee bijeenkomsten om met en van elkaar te leren hoe we positief kunnen reageren op uitnodigingen tot een (geloofs)gesprek. Voorlopig gepland op dinsdagavond 10 en 17 april 2018 van 20.00 tot 22.00 uur in de Vredebergkerk o.l.v. Petra Doorn en Hannie Luiten.
Hebt u wel interesse, maar kunt u nu niet, dan horen we dit ook graag.
Opgeven bij Hannie Luiten: tel. 7370475 of E: gfjluiten@steenlui.nl

4 februari 2018: Cantatedienst in Oosterbeek

Cantate BWV 125: Mit Fried und Freud ich fahr dahin


Op zondag 4 februari zal in de Oude Kerk te Oosterbeek (Benedendorpseweg) de volgende cantatedienst worden gehouden. Deze dienst (aanvang 10.00 uur) is een samenwerking tussen de Lutherse Gemeente Arnhem en de Protestantse Gemeente Oosterbeek. Na de goede ervaringen met een cantatedienst in de Diaconessenkerk te Arnhem op 29 oktober, willen we met deze dienst ervaring opdoen in de oude romaanse kerk aan de Rijn in Oosterbeek.
Deze zondag valt twee dagen na 2 februari. Dat is op de kerkelijke kalender het feest van de Opdracht van de Heer in de tempel, in de volksmond vaak ‘Maria Reiniging’ of ‘Maria Lichtmis’ genoemd. Een kaarsenwijding en lichtprocessie vonden een plek in de liturgie op deze dag.
Hoewel deze feestdag in protestantse kringen in Nederland geen rol speelt, is dat in katholieke, orthodoxe en lutherse kerken wereldwijd wel anders. 2 februari is de veertigste dag na Kerst. Op deze dag wordt de kerstperiode afgesloten (in enkele landen in de wereld blijft de kerstboom tot deze dag staan!). In het verhaal over de opdracht in de tempel, Lucas 2,22-32, wordt Christus ons geopenbaard als eerstgeborene der mensen en het licht der wereld. Voor Luther waren Mariafeesten allereerst Christusfeesten. Daarom konden die feesten gewoon op de kerkelijke kalender blijven staan en komen we deze feestdag ook nu nog tegen in lutherse kerken in het buitenland.
Aan het genoemde evangelie is de Lofzang van Simeon ontleend. En daarover zijn de nodige misverstanden. Van Simeon – hij wordt een rechtvaardige en vrome genoemd, levend van de verwachting van de verlossing van Israël die in de Messias gestalte krijgt – is een grijsaard gemaakt, op sterven na dood, die met zijn woorden zijn zwanenzang zingt. Maar dat staat niet in de Bijbel. Simeon citeert woorden van de profeet Jesaja en zingt: laat uw dienaar – dat is Israël – verdergaan in vrede. Tom Naastepad gebruikt in zijn berijming van deze lofzang (Liedboek 159a) niet de woorden ‘heengaan in vrede’ (ja, zo wordt sterven in rouwadvertenties genoemd), maar ‘uw knecht wordt vrijgekocht in vrede’.
Het beeld van een oude man die zijn zwanenzang zingt is in de overlevering gaan overheersen. Niet alleen in de beeldende kunst, ook Luther ontkwam niet aan dat beeld in zijn parafrase van de Lofzang van Simeon: Mit Fried und Freud ich fahr dahin. Hij schreef dit lied voor het feest van Maria Reiniging in 1524, maar nam het op in zijn uitgave met begrafenisliederen. Ook het huidige Duitse gezangboek schaart het lied in de rubriek ‘Sterben und ewiges Leben’.
De cantate Mit Fried und Freud ich fahr dahin (BWV 125), geschreven door Bach voor deze feestdag in 1725, is gebaseerd op dit Lutherlied. Alle strofen van het lied zijn in de cantate terug te vinden. Zoals steeds bij een koraalcantate van Bach horen we de eerste en laatste strofe in de hoekdelen. De tweede strofe neemt Bach op in een basrecitatief, waarbij de koraalregels worden omgeven door toelichtende zinnen. De tekst van de derde strofe wordt vrij bewerkt in een tenor-bas-duet en een altrecitatief.
Met de laatste zin van de eerste strofe, tegelijkertijd het openingskoor, lijkt Bach alle nadruk te leggen op Simeons lofzang als stervenslied: ‘der Tod ist mein Schlaf worden’. De harmonieën die hij gebruikt lijken dat ook te benadrukken.
Of probeert Bach halverwege de cantate dat beeld te kantelen? Het is uiteindelijk een cantate voor een feestdag, waarin het eerder over Maria dan over Simeon moet gaan, de vrouw als beeld van liefde en zorg. De altsoliste (vaak is zij in Bachs muziek beeld voor Maria) heeft het laatste woord. Over het Christuskind wordt gezongen: ‘O onuitputtelijke schat van goedheid, die aan ons is geopenbaard…’ En het slotkoraal stemt daarmee in: ‘Hij is het heil, een zalig licht voor de volken…’
Koor en orkest van het Bachensemble Arnhem staan onder leiding van Thea Endedijk-Griffioen.
Pieter Endedijk


Copyright PKN Oosterbeek - Wolfheze
site by: sth.nu
www binnen deze site